U bevindt zich hier: Politieke (re)actie
Terug naar: Politiek
Algemeen:
Reactie VVD op de door Groen Links ingediende motie van wantrouwen tegen wethouder Bosch.
Groenlinks vraagt de overige raadsfracties het vertrouwen op te zeggen in de wethouder met de portefeuille onderwijs, de heer Bosch. Daarnaast wordt ons gevraagd om afstand te nemen van het afgesloten convenant met de SVOPL en tenslotte wordt ons gevraagd om STOK financieel te steunen in haar juridische strijd voor volwaardig voortgezet onderwijs in Kerkrade.
Om deze 3 vragen te kunnen beantwoorden zullen wij een aantal zaken de revue moeten laten passeren.
Op de eerste plaats de beslissing van de SVOPL en de invloed die deze raad en het college op het beleid van SVOPL heeft.
Wat mijn fractie in de afgelopen maanden heeft geïrriteerd is de beïnvloeding van de publieke opinie omtrent de rol van de Kerkraadse politiek in dit dossier.
Ik wil nogmaals kenbaar maken dat de mijn fractie, maar dat geldt ook voor alle andere fracties in deze Raad, never nooit akkoord is gegaan met de beslissing van SVOPL. De reden waarom wij nooit akkoord zijn gegaan ligt simpelweg aan het feit dat wij hierin geen beslissingsbevoegdheid hebben. Deze conclusie wordt door velen opgevat als zijnde een alibi voor de Raad om de strijdbijl niet te hoeven oppakken. Niets is minder waar: wanneer deze Raad de beslissing in eigen hand zou hebben dan zouden de processen ook anders zijn ingeregeld. Dan zou het agendapunt in de genoemde vergadering niet slechts informatief zijn geweest, maar dan zou dit agendapunt in de vorm van een ontwerpbesluit ter bespreking in de Raad zijn gekomen. In de vorige raadsvergadering waarin dit dossier op de agenda is gezet heeft de wethouder de Raad geïnformeerd over de status op dat moment en zijn beweegredenen om te komen tot het met SVOPL gesloten convenant. Niet meer en niet minder. Ik wil hierbij tevens in herinnering brengen dat deze Raad de wethouder destijds unaniem heeft opgedragen op zoek te gaan naar mogelijkheden om volwaardig voortgezet onderwijs in Kerkrade te behouden. Dit was en is, gelet op de bevoegdheden, de enige opdracht die door deze Raad aan het College kan worden gegeven. Wanneer de dag na deze raadsvergadering in het LD te lezen valt dat de Kerkraadse Raad akkoord is gegaan met het Masterplan dan wekt dit, weliswaar begrijpelijke, maar onterecht onbegrip bij de geëmotioneerde lezer die verder in dit dossier helaas als leek moet worden aangemerkt.
Terug naar de vragen van Groenlinks. Ik zal de laatste vraag als eerste behandelen, alsnog financiële steun aan de STOK tbv de door hen te voeren juridische strijd.
Hierover kan ik duidelijk zijn: tegen. Ik kan ook heel helder zijn over onze motieven. Op de eerste plaats dienen wij als Raad de financiële middelen niet aan een aktiegroep te overhandigen maar zouden wij het College de opdracht moeten geven om de juridische strijd met SVOPL aan te gaan. Op de tweede plaats geef je die opdracht enkel aan het College wanneer je een reële kans ziet om door middel van die juridische procedure het beoogde doel te kunnen bereiken. Dit laatste is, zoals reeds eerder gesteld, niet van toepassing omdat deze Raad geen partij is als het gaat om het beleid van de SVOPL. Wij gaan over de gebouwen en de SVOPL gaat over het onderwijs in die gebouwen. Zelfs al zouden wij een contra expertise laten uitvoeren waaruit zou blijken dat de argumenten van STOK hout snijden en het Masterplan van SVOPL hierdoor kan worden afgezwakt, dan nog blijft dit een keuze van SVOPL. De minister zal trouwens enkel de juridische kant van het Masterplan toetsen en niet de exercitie van SVOPL gaan overdoen om zodoende te beoordelen of de inhoud van het Masterplan wel logisch is.
De tweede vraag; afstand nemen van het convenant. Wederom gelet op het feit dat deze Raad en tevens de wethouder geen beslissingsbevoegdheid hebben, blijven 2 mogelijkheden over. We sluiten wel of geen convenant. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit convenant bij de gratie van SVOPL tot stand is gekomen want ook met betrekking tot dit convenant had SVOPL de wethouder formeel gezien in de kou kunnen laten staan. Mijns inziens is de totstandkoming van dit convenant zelfs een gebaar van SVOPL om de verstandhouding met onze gemeente intact te houden met het oog op de faciliterende rol van onze gemeente als het gaat om onderwijs.
Wanneer het convenant niet gesloten zou zijn dan zouden alle toekomstige wegen om volwaardig voortgezet onderwijs in Kerkrade te behouden, gelet op het Masterplan, bij voorbaat weg zijn geweest. Toegegeven, de basis door het gesloten convenant is dun, maar wel nog een mogelijkheid. Hierdoor is dit voorstel van Groenlinks volgens de VVD fractie dan ook geen optie.
Dan de eerste vraag; de vertrouwensvraag in relatie tot wethouder Bosch.
De vraag rijst bij een vertrouwensvraag jegens een functionaris in het algemeen, wanneer het vertrouwen moet worden opgezegd. Zou je als raadsfractie het vertrouwen moeten opzeggen wanneer je het niet eens bent met het beleid van, in deze kwestie, de wethouder?
Voorzitter, ik kan u melden dat, wanneer dat het motief zou moeten zijn, u inmiddels in uw eentje zou moeten zitten aangezien mijn fractie reeds bij meerdere dossiers in portefeuille bij meerdere wethouders anders zou hebben gehandeld. Dit zijn politieke keuzes waarvan mijn fractie slechts haar mening kan ventileren. De kiezers zijn uiteindelijk degenen die door hun stemgedrag de politieke macht aan het huidige college hebben gegeven.
Dit motief kan dan ook niet leidend zijn om het vertrouwen in deze wethouder op te zeggen.
Er zijn slechts 2 motieven om het vertrouwen in de wethouder op te zeggen. Het eerste motief zou zijn wanneer bewezen kan worden geacht dat de wethouder onbewust de inwoners van deze gemeente benadeeld heeft doordat hij ondeskundig heeft gehandeld.
Volgens mijn fractie is in dit dossier geen sprake van onbewuste ondeskundigheid van de wethouder. De heer Bosch heeft, naar onze mening, zeker bewust gehandeld en er kan ook geen ondeskundigheid worden verweten.
Het tweede motief zou zijn wanneer bewezen kan worden dat de wethouder bewust de inwoners van deze gemeente benadeeld heeft teneinde een ander doel na te streven.
En dan worden de argumenten van Groenlinks en STOK van belang.
Het geheime document is een heet hangijzer. Was dit document enerzijds relevant in dit dossier en anderzijds geheim en heeft de wethouder Groenlinks daadwerkelijk voorgelogen dat hij het betreffende document niet in zijn bezit had? Daarnaast stelt Groenlinks de vraag of de wethouder op 2 borden tegelijk aan het schaken is met betrekking tot het onderzoek naar de haalbaarheid van een internaat op Rolduc?
Een goed toehoorder heeft reeds aan het begin van mijn verhaal kunnen opmaken dat wij de relevantie van het document in relatie tot de beïnvloeding van de door SVOPL gemaakte beleidskeuze niet zien. Ik heb reeds eerder gezegd dat zelfs wanneer uit dit document zou blijken dat de beleidskeuze van SVOPL in het Masterplan een ongelukkige is, dan nog hebben wij niet de bevoegdheid om een streep door het Masterplan te halen. De opmerking van de wethouder waarin hij aangeeft dat de Raad alle relevante informatie heeft ontvangen is dan ook, met het oog op dit gegeven, terecht.
Was het document dan geheim? Wij kunnen ons voorstellen dat, gelet op het feit dat dit document niet de basis is geweest voor het uiteindelijke Masterplan, er enige terughoudendheid met betrekking tot de inzage hiervan geboden is. Blijft de vraag of de wethouder de fractie van Groenlinks heeft voorgelogen niet in het bezit te zijn van het betreffende document. Hierover geeft de fractie van Groenlinks aan getuigen te hebben die willen verklaren dat dit inderdaad het geval is geweest. Aan de andere kant geeft ook de wethouder aan dat hij een ambtenaar kan laten getuigen dat deze aantijging van Groenlinks onjuist is.
Wie heeft er uiteindelijk gelijk? Het antwoord laat ik aan iedere individuele toehoorder over aangezien mijn fractie een duidelijk bewijs mist.
Met betrekking tot het onderzoek naar de haalbaarheid van een internaat op Rolduc vindt mijn fractie dat de wethouder op deze wijze, naast het aangaan van het convenant met SVOPL, wederom gehoor geeft aan de unanieme oproep van deze Raad om de mogelijkheden tot behoud van volwaardig voortgezet onderwijs te onderzoeken.
Concluderend kan ik u melden dat de VVD fractie de motivatie om het vertrouwen in wethouder Bosch op te zeggen mist.
Tot slot wil ik wel nog aangeven dat de wethouder, naar onze mening, het onheil wel degelijk over zichzelf heeft afgeroepen door de gebrekkige wijze waarop hij met de betrokken partijen heeft gecommuniceerd. Reeds in de vorige raadsvergadering waarin de wethouder de stand van zaken heeft toegelicht heb ik, namens mijn fractie, aangegeven dat zijn keuze om zich tijdens de manifestatie op de markt te profileren als de grote tegenstander van SVOPL een beschadigend effect heeft gehad op het verwachtingspatroon van de burgers. Tevens heeft hij hierdoor het geloof van de burgers in de Kerkraadse politiek beschadigd. Deze aanpak is dan ook verre van gelukkig te noemen. Dit neemt echter niet weg dat hem dossier inhoudelijk gezien niets te verwijten valt.
Ga naar: 19-06-09: Vragen iz. fusie AMC Parkstad en Orbis 25-05-09: Rodahal