U bevindt zich hier: Politiek Politieke (re)actie

Het bestuurkrachtprofiel van onze gemeente wordt door de Provincie getoetst op een aantal onderdelen.

Het eerste onderdeel is het bestuur op strategisch niveau, of eigenlijk, de politiek op hoofdlijnen. Hieruit blijkt dat dit gelijk het meest zorgwekkende onderdeel is. Zeker als het gaat om de financiële positie op lange termijn. Deze conclusie is voor mijn fractie niet verrassend. Ik heb dan ook al vaker gehamerd op de jaarlijkse tekorten waarmee onze gemeente wordt geconfronteerd als het gaat om ons overschot aan uitgaven op het gebied van uitkeringen in verhouding tot de hiermee verband houdende inkomsten vanuit Den Haag.
Daarnaast wordt in het bestuurkrachtprofiel aangegeven dat de door de Raad geformuleerde koersbrief geen duidelijke keuzes voor de toekomst laat zien. Dat de koersbrief juist een opzet is om deze tekortkoming het hoofd te bieden is een gegeven waarop ik zo meteen nog even terugkom.
Om Kerkrade in de toekomst haar eigen keuzes te kunnen laten maken is de erkenning van dit door de Provincie gemaakte aandachtspunt essentieel.
Terugkomend op de koersbrief. Dit is een eerste opzet om te komen tot een antwoord op de door de provincie aangegeven aandachtspunten. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat deze koersbrief slechts in beperkte mate tot een document kan worden gepromoveerd waarin concrete invulling op lange termijn wordt gerealiseerd. Elke 4 jaar wordt een nieuwe gemeenteraad gekozen waardoor deze concretisering zou kunnen worden bijgesteld. In Kerkrade echter wordt er sinds mensenheugenis dezelfde richting aangegeven als het gaat om het stemgedrag van de burgers. De genoemde bijstelling is dan ook de laatste jaren achterwege gebleven. Hierdoor is het dan ook zo jammer dat wij anno 2008 en 2009 door de Provincie moeten worden gewezen op het gebrek aan strategische visie bij ons bestuur.

Het tweede onderdeel betreft de wijze waarop Kerkrade participeert op strategisch niveau, lees de samenwerking binnen Parkstad.
Ook op dit punt heeft de VVD fractie meerdere keren ingezoomd. De slagvaardigheid van de samenwerking in Parkstad Limburg is niet voldoende gewaarborgd, zo luidt de conclusie in het rapport. Als reden wordt aangegeven dat Kerkrade niet goed formuleert welke resultaten deze samenwerking zou moeten opbrengen en welke inspanningen daarvoor nodig zijn. Ons inziens is het gebrek aan inzicht binnen de Kerkraadse politiek over de noodzaak van samenwerking binnen Parkstad de reden waarom Kerkrade in te veel dossiers met de hakken in het zand het gesprek met haar partners aangaat. Elke gezamenlijk te formuleren strategie en zienswijze, of het nu gaat over mobiliteit of de woningvisie, leidt tot een discussie waarbij de geloofwaardigheid van onze gemeente in diskrediet wordt gebracht. Op dit onderwerp valt voor de toekomst voor Kerkrade veel te winnen. De Kerkraadse politiek moet gaan inzien dat een goede samenwerking de toekomstige positie en de zelfstandigheid van Kerkrade juist zal versterken, dit in tegenstelling tot de angst die nu overheerst dat juist die zelfstandigheid verloren zal gaan.

Het derde onderdeel heeft betrekking op het bestuur op tactisch niveau. Hiermee wordt o.a. bedoeld de effectieve invulling van de rol van de gemeenteraad.
De bedoeling is dat de Raad de kaders bepaalt waarbinnen het College dient te opereren. Als antwoord op dit aandachtspunt heeft de Raad het initiatief genomen om de voorjaarsnota en begroting anders in te richten waardoor de Raad uiteindelijk beter kan sturen. Hierbij dient te worden gedacht aan het formuleren van doelstellingen met daaraan gekoppeld een tijdslijn waarbinnen deze doelstellingen moeten worden gerealiseerd en waarbij tevens het te investeren budget wordt bepaald. Op zich is deze opzet een goed instrument om de aanbeveling in het rapport te tackelen. Hierbij wil ik echter nogmaals onder de aandacht brengen dat dit instrument alleen dan zal werken wanneer de verschillende raadsfracties zich bewust zullen zijn van hun rol binnen het duale stelsel. Wanneer de fracties van de coalitiepartijen zich teveel laten leiden door hetgeen in het coalitieakkoord van tevoren is afgesproken dan zal ook dit instrument waardeloos zijn.

De overige onderdelen behoeven minder aandacht aangezien zij een voldoende scoren in het rapport óf zij hebben een sterke link naar de reeds opgesomde aanbevelingen.

Mijn fractie vindt, samengevat, dat dit rapport de zwakten van de Kerkraadse politiek duidelijk benoemt en mijn fractie herkent deze ook. Wij zijn dan ook van mening dat deze raad de schouders zal moeten gaan zetten onder de initiatieven die reeds zijn gestart. Het is geen gemakkelijke taak en zonder ieders open vizier zal het waarschijnlijk een onmogelijke taak worden.