Voorzitter, geachte leden van de coalitie, geachte collega’s van de oppositie, geachte wethouders en in het bijzonder geachte wethouder Krasovec.
Deze beschouwen zijn de laatste van deze raadsperiode. Een uitgelezen moment om, namens mijn fractie, de afgelopen raadsperiode te gaan evalueren en onze leermomenten met u te delen. Zeker als nieuweling aan de politieke horizon zou ik een boek kunnen schrijven over de zaken die ik in de afgelopen jaren met verbazing heb aangehoord.
Ik zou dan ook graag willen beginnen met de focus op de financiële situatie waarin de gemeente terecht zal gaan komen tijdens de komende jaren. Wij zullen in deze gemeente namelijk historisch zware financiële tijden tegemoet gaan. Voor de VVD die de waakhond is voor lage lokale lasten en waarbij het credo wordt gehanteerd dat het geld eerst verdiend moet worden en dan pas kan worden uitgegeven, baart ons de toekomst dan ook zorgen en begrijpen wij de handelswijze van dit college, blind gevolgd door de coalitiepartijen in deze raad, dan ook niet. Wanneer wij zien op welke wijze dit college heeft geanticipeerd op het aanstaande doemscenario dan kan ik alleen maar zeggen dat ik mijn hart vasthoud voor de komende jaren. Ongekende bedragen zijn uitgegeven aan de Rodahal, het Gaiapark en kunstgrasvelden. Zonder de aandacht te willen gaan vestigen op de hoogte van deze bedragen, zijn deze uitgaven nog te plaatsen in de categorie investeringen. Wanneer ik echter de EUR 3.750.000,- belicht die in 2009 zijn geschonken aan Roda dan doet dat pijn kan ik u melden. Wanneer u dit bedrag terugrekent naar een gezin met 2 kinderen dan heeft ditzelfde gezin in 2009 aan gemeentelijke belastingen, bij een gemiddeld watergebruik, aan gemeentelijke belastingen een bedrag ter hoogte van EUR 667,- betaald. Dit bedrag bestaat dan uit de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. Ditzelfde gezin heeft daarnaast in 2009 een bedrag ter hoogte van zo’n EUR 310,- betaald aan Roda JC. Door het college wordt dit bedrag niet uitgelegd als zijnde een subsidie omdat deze burgers er namelijk ook iets voor hebben teruggekregen. De burgers van deze gemeente hebben namelijk gezamenlijk een meerderheidsbelang in het Parkstad Limburg stadion gekregen en daarnaast hebben diezelfde burgers ook nog een overeenkomst gesloten met de club zodat zij zich op deze wijze voor de komende 10 jaar hebben verzekerd van een zeer actief Roda JC op maatschappelijk vlak. Ik vraag me af of de genoemde Kerkraadse gezinnen met 2 kinderen deze uitgave hadden goedgekeurd wanneer ze onder de noemer van een éénmalige verhoging van de gemeentelijke lasten waren gebracht. En dan is het nog maar de vraag of dit werkelijk een éénmalige uitgave was, maar dit terzijde. Met het oog op de toekomstige financiële situatie van de gemeente is dit natuurlijk een ongelooflijke uitgave. Daarnaast is het gegeven dat heel veel ondernemers in de kou blijven staan wanneer zij bij de gemeente aankloppen vanwege hun financieel problematische situatie naar aanleiding van de crisis hierbij niet weg te vlakken. Bij dit laatste argument heeft de gemeente zelfs nog een eigen belang, gelet op de uitkeringen voor ex-werknemers als gevolg van gedwongen ontslagen bij deze bedrijven. De VVD zal dan ook bij de toekomstige discussie in de Raad over de nieuwe structuur bij Roda JC willen bespreken welke inkomsten voor de gemeente worden gegenereerd uit het aandelenbezit van het Parkstad Limburg Stadion en daarnaast willen wij, via een motie, het college de opdracht geven om in het contract met Roda inzake de “maatschappelijke projecten” te laten vervallen en in plaats van de voorgenomen schenking de afspraak met Roda te maken dat zij pas de openstaande schuld alsnog zullen voldoen op het moment dat zij daartoe in de gelegenheid zullen zijn. In de tussenliggende periode zal de openstaande schuld ter hoogte van EUR 750.000,- in onze boeken worden weggezet als een renteloze lening. Hierdoor schenkt de gemeente enkel de rente aan Roda JC waardoor de reële kans aanwezig blijft dat de belastingbetaler in elk geval haar EUR 750.000,- terugziet en daarnaast staat het daadwerkelijk geschonken bedrag, op jaarbasis zo’n EUR 37.000,-, in verhouding met de maatschappelijke inzet van Roda JC.
Het tweede, in het oog springende, dossier is natuurlijk de Buitenring Parkstad Limburg. Ik zeg met nadruk de Buitenring Parkstad Limburg en niet de Buitenring van Kerkrade. Van begin af aan is het duidelijk dat de PvdA bij haar coalitiepartners heeft afgedwongen dat deze zich tijdens deze raadsperiode zullen verzetten tegen de Buitenring, maar hierover zo meteen meer. Dit heeft geleid en leidt nog steeds tot lachwekkende situaties. Vanuit het oogpunt van de PvdA lijkt er nog een logische link te liggen naar het verzet aangezien deze partij in 2005 géén enkel gevoel voor de noodzaak van economische ontwikkeling binnen Parkstad toonde en tegen de ondertekening van het convenant heeft gestemd. Echter, zelfs met dit argument in de broekzak, is zelfs hun verzet op dit moment niet te handhaven. Ook de PvdA moet erkennen dat de meerderheid van de Raad in 2005 akkoord is gegaan, dat de 2 Kerkraadse alternatieven voor de voorkeursvariant volstrekt onhaalbaar zijn en dat wij in een stadium verkeren waarin wij slechts kunnen bijsturen in plaats van beslissen. Daarnaast zullen wij onze mogelijkheden om überhaupt nog te kunnen bijsturen volledig om zeep helpen wanneer wij ons zullen onttrekken aan het toekomstige proces van de realisatie van de Buitenring door middel van de door Professor Tak geadviseerde juridische procedure. Want als wij al deze juridische procedure zouden kunnen winnen, want die garantie kon ook professor Tak niet geven, en wanneer wij dit zouden kunnen realiseren binnen afzienbare tijd en tegen verantwoorde kosten, want ook dit is nog een vraagteken, zelfs dus uitgaande van alle positieve scenario’s, zelfs dan zal de Buitenring gerealiseerd worden. En hoe? Middels het voorkeurstracé, dus doortrekking van de Dentgenbachweg, op een vierbaansweg met een maximumsnelheid van 100 km/u. Het verschil ligt dan enkel en alleen in het gegeven dat de gemeente Kerkrade niet meer participeert in het project waardoor de invloed op een zo soepel mogelijke inpassing in het landschap niet meer aanwezig is. En als dit al niet als belangrijk genoeg wordt ervaren; wanneer wij ons in deze fase gaan terugtreken uit het Buitenringdossier dan zullen wij volledig geïsoleerd raken binnen Parkstad. En ook dit kunnen wij ons niet veroorloven. Zeker niet gelet op de toekomstige financiële situatie waarin Kerkrade zich zal gaan bevinden. Alle mogelijkheden om zo effectief mogelijk te gaan profiteren van samenwerking met de ons omringende gemeenten en regio’s moet optimaal worden benut. Het bevorderen van de werkgelegenheid is een must voor deze regio en dit voornemen kunnen wij op eigen kracht te beperkt gestalte doen. We hebben immers recent nog de enorme steun van de PvdA minister Ter Horst aan den lijve mogen ervaren: geen compensatie voor het verdwijnen van 100 banen bij de AID in Kerkrade. Hopelijk zal het besef voor de noodzaak van samenwerking binnen Parkstad bij de Kerkraadse afdeling van de PvdA alsnog gaan groeien en zullen ook zij afzien van de fatale keuze om uit het Buitenringproces te gaan stappen. De tweede kamerfractie van het CDA wil de Buitenring in de Crisis- en Herstelwet laten opnemen, hun complete provinciale fractie wil de Buitenring nog liever vandaag dan morgen gerealiseerd zien en de Kerkraadse afdeling, nadat ze in 2005 vóór de ondertekening van het convenant hebben gestemd, is vanaf 2006 opeens tegen de buitenring is. Zo onlogisch als maar wat als u het mij vraagt. Tot slot de grootste partij van Kerkrade, Burgerbelangen met aan het hoofd wethouder Krasovec. Hierbij geldt hetzelfde als bij het CDA, behalve dan dat ze de beperkingen kennen van een lokale partij en dus niet vertegenwoordigd zijn in Maastricht en Den Haag. Wethouder Krasovec is, getuige het recente interview in het LD tot inkeer gekomen óf hij heeft door het feit dat hij te kennen heeft gegeven te zullen stoppen in de politiek zijn hart laten spreken. Ik zal u zeggen dat onze fractie overtuigd is van het laatste. Nu dus maar afwachten of de raadsfractie van Burgerbelangen dezelfde mening als hun politiek leider is toegedaan. Ik herhaal met betrekking tot dit dossier nogmaals. De gemeente Kerkrade is vanaf 2005 mede-opdrachtgever van de weg. Deze weg is aantoonbaar noodzakelijk voor de toekomstige economische ontwikkeling van Parkstad en het is nog nooit beargumenteerd aangetoond dat de weg conform huidige plannen ‘overdone’ of zelfs overbodig zou zijn. Er is, conform het door Kerkrade ondertekende convenant, maar één voorkeurstraject en dat is de doortrekking van de Dentgenbachweg waarbij als uitgangspunt geldt de 4-baans weg waarop een maximumsnelheid zal gaan gelden van 100 km/uur. Iedere raadsfractie die iets anders wil, had in 2005 tegen de ondertekening van dit convenant moeten stemmen. Elke huidige zogenaamde tegenstander van de buitenring die in 2005 vóór heeft gestemd verkoopt haar ziel ten behoeve van intern gemaakte afspraken óf vanwege beoogd electoraal gewin. In beide gevallen is dit pure volksverlakkerij.
Vanuit de transparantie van het Buitenringdossier is de stap snel gezet naar de grootste handicap van de Kerkraadse vooruitgang, namelijk het gebrek aan dualisme. Binnen de Kerkraadse politiek heeft de afgelopen raadsperiode nimmer de reële kans op een duale discussie de kans gekregen. De schijn was er af en toe wel, maar enkel met het goedvinden van het College. In 2006 zijn er afspraken gemaakt tussen de 3 coalitiepartijen. Op zich is dat niet onlogisch, het is zelfs heel normaal dat de coalitiepartijen op zoek gaan naar compromis om zodoende een gezamenlijk beleid te kunnen presenteren. Wat echter niet normaal is en niets met dualisme te maken heeft is het feit dat de raadsfracties van deze coalitie 4 jaar lang hun eigen mening in de koelkast stoppen en blind de opdrachten van het College opvolgen. De taak van de Raad is juist gedefinieerd als zijnde taakstellend, en controlerend ten aanzien van het College. Daarnaast staan de raadsleden op de loonlijst van de Kerkraadse belastingbetalers en niet van het College en wel voor een salaris ter hoogte van zo’n EUR 15.000,- bruto per jaar. In dit kader kom ik weer terug op het Buitenringdossier. Zoals ik zojuist al heb aangegeven is de houding van zowel het CDA als ook Burgerbelangen een uiterst merkwaardige. Het CDA gaat in 2005 akkoord met de ondertekening van het Convenant Buitenring Parkstad en in 2006, direct na de vorming van de coalitie, staat deze partij op als de grote leider van alles wat zich tegenstander noemt van de Buitenring. En de afgelopen 4 jaar waren er ook nog wat stuiptrekkingen door regelmatig gedraai door de fractievoorzitter over het standpunt. Met het oog op de houding van deze partij op landelijk en provinciaal niveau is dit in politiek opzicht al helemaal niet te rijmen. Wij moeten de motivatie achter deze stellingname dan ook niet zoeken in de politieke overtuiging van het CDA in Kerkrade, maar in de gemaakte afspraken binnen de coalitie. De PvdA heeft dit als eis voor deelname aan de coalitie afgedwongen en dus huppelt het CDA braaf achter de PvdA aan. Bij Burgerbelangen is deze keuze niet anders. Wat bij deze partij wel anders is als bij het CDA is het feit dat dit nota bene de grootste partij van Kerkrade is en het dus nog betreurenswaardiger is dat deze partij als een schoothondje blijft acteren. Zoals al eerder aangegeven heeft wethouder Krasovec, volgens mijn fractie, door het feit dat hij te kennen heeft gegeven te zullen stoppen in de politiek zijn hart laten spreken in het artikel van het LD. De uitspraken van de wethouder bevestigen dan ook onze stelling dat de mening van het Kerkraads College die is van de PvdA, aangevuld met de hondstrouwe bondgenoten van het CDA en Burgerbelangen, bewaakt door de soldaten van de raadsfracties die zich niets aantrekken van het feit dat ze door de Kerkraadse belastingbetalers worden betaald om juist hun mening te profileren binnen de Raad.
Voorzitter, het feit dat het dualisme in Kerkrade nog niet van de grond is gekomen en dit de grootste handicap voor de vooruitgang van Kerkrade is, baart de VVD meer zorgen dan alle onderwerpen die op de raads- en commissieagenda hebben gestaan. Ik rond af met de opmerking dat meningen kunnen verschillen en verschillende meningen dienen te worden gerespecteerd. Dit is het kenmerk van democratie en de keuze van de kiezers. Het grootste gevaar gaat echter schuil in meningen die niet tot uiting komen omdat gemaakt afspraken dit niet toelaten.
|